Q & A
11 februari 2024 - Wellington, Nieuw-Zeeland
We vroegen om vragen van jullie; nou vragen hebben we gekregen. Dus nemen we vandaag eens even de tijd die te beantwoorden.
1. Luppo vraagt zich af of Berna graag in de kofferbak zwemt. Dat hangt van het seizoen af Luppo. Je hebt al gemerkt dat we in de zomer hier graag de zee, een zoutbad of een badkuip opzoeken. In de winter gebruikt Berna de kofferbak liever als deur, omdat haar autodeur dan regelmatig vast gevroren is. Ik neem aan dat je zelf ook al een keer zo haar Polo hebt geopend?
2. Wilma vraagt of er een foto van de glow wormen in de grot is. Wilma, is het nou een glow worm op de foto of een glow in the dark ster? Anyway, er komen nog grote glow worm grotten op het Zuidereiland, dus die foto komt wel!
3.Mirjam vraagt Lady wie? Mirjam, dat was Lady Daisy, de Schnautser die Berna heeft opgepikt in Wakatane.
4. Riek vraagt of we nog wel terug komen? Tja, we houden het spannend. Er is hier best veel werk voor een kinderpsychiater, een meubelmaker kan wellicht bij Weta aan de slag en voor het archiveren van de Maori geschiedenis is een archeoloog best handig.
5. Marcel vraagt zich af waar Nieuw-Zeeland op slaat. Nergens op, Marcel. Grootheidswaan van ontdekkingsreizigers. Aotearoa in het Maori. De vishaak en de kano (zoek maar na).
6.Hans vraagt om een foto van een bushokje. De eerste bushokjes hebben we nu pas gezien; in Wellington. En toen gelijk de bus maar genomen, want de huurauto voor het Noordereiland hebben we ingeleverd.
7. Frederieck vraagt of we het beachhouse niet kunnen kopen. We kunnen een fund raising starten. Dan mag ieder die geld stort op bezoek komen.
8. Jeroen vraagt om een Ork. Jeroen je hebt niet genoeg eiwitpoeder om zo’n beest te voeren! Die is binnen een jaar uitgehongerd en gaat dan rellen!
Nou, ik hoop dat jullie gerustgesteld zijn. Vandaag hebben we een schaakbord gekocht. En op zoek naar die winkel en passant Wellington gezien. En toen uitgerust met een biertje en een taco. Daarna werd het remise.
Arien


-Van de top van zo’n hoge berg, zei hij bij zichzelf, kan ik natuurlijk ineens de hele planeet en alle mensen zien. Maar hij zag niet anders dan scherpe rotspunten.
-Goede morgen, zei hij op goed geluk.
-Goede morgen…goede morgen…goede morgen… antwoordde de echo.
-Wie ben je? Zei de kleine prins.
-Wie ben je…wie ben je…wie ben je… antwoordde de echo.
-Willen jullie m’n vrienden zijn, ik ben alleen, zei hij.
-Ik ben alleen…ik ben alleen…ik ben alleen… antwoordde de echo.
-Wat een rare planeet! dacht hij toen. Helemaal dor en puntig en zout. En de mensen hebben geen fantasie. Ze praten gewoon na wat men hun voorzegt…Denk dan eens aan mijn bloem: die sprak altijd ‘t eerst.
(Chapter XIX, De kleine prins, st ex)
de dag beleeft maar even.
maar het vertelde reisverhaal
doorstaat de tijd en generaties
als gebrand in roestvrij staal.
Dank!